TNO Fysieke belasting

TNO Fysieke belasting

beoordelen, aanpakken en kennis delen

Duurzaam werk door betere werkhoudingen

Werknemers die veel in ongezonde werkhoudingen werken, hebben meer kans op klachten aan spieren, pezen, banden of gewrichten. Preventie van dit soort klachten draagt bij aan een duurzaam gezonde inzetbaarheid van medewerkers. Maar wanneer zijn werkhoudingen een risico en wat kun je eraan doen?

Klachten door ongezonde werkhoudingen

Van alle Nederlandse werknemers geeft 11% aan regelmatig in ongemakkelijke werkhoudingen te moeten werken, zo blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2017. Denk bij ongemakkelijke werkhoudingen aan voorovergebogen, geknield of met geheven armen werken. Bij deze houdingen worden spieren en pezen lang of sterk aangespannen. Langdurig in dezelfde houding werken leidt tot statische belasting van de spieren. Het gevolg is een minder goede doorbloeding. Dit kan na verloop van tijd leiden tot klachten. Extreme houdingen, waarbij de uiterste gewrichtsstand wordt ingenomen, zorgen voor spanning op pezen, banden en spieren. Dat kan leiden tot vermoeidheid of zelfs tot schade. Als deze werkhoudingen gepaard gaan met krachtuitoefening, zoals tillen, duwen of knijpen, dan kan dit de kans op klachten nog meer verhogen.

Voorbeelden van ongezonde werkhoudingen

Veel voorkomende risicohoudingen zijn lang of vaak buigen van de romp (rugbelasting), heffen van de armen (schouderbelasting), buigen, strekken van de pols, buigen of draaien van het hoofd (nekbelasting) en knielen (kniebelasting). Maar ook langdurig staand en zittend werken kan risico’s met zich mee brengen.

Ongezonde werkhoudingen komen in veel sectoren voor en het meeste in de bouwnijverheid, de gezondheidszorg, de agrarische sector en de industrie. Voorbeelden van beroepen met ongezonde werkhoudingen zijn: tandartsen en mondhygiënisten (gebogen nek), kappers (geheven armen), monteurs (diverse ongunstige houdingen) en chauffeurs (langdurig zitten).

Regels over werkhoudingen

De Arbowet kent geen specifieke bepalingen over werkhoudingen. Wel is elke werkgever verplicht om te zorgen dat de fysieke belasting geen gevaar oplevert voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemer (Arbobesluit hoofdstuk 5.2 en 5.3). De werkgever moet daarom het werk en de werkmethoden zo organiseren en de werkplek zo inrichten dat deze voldoen aan regels in het Arbobesluit.

Een eerste stap naar effectieve maatregelen is goed inzicht in de risicohoudingen en de achterliggende oorzaken. Daarom moeten werkhoudingen in de risico-inventarisatie en -evaluatie opgenomen zijn. Bij een geconstateerd risico moeten maatregelen in het Plan van Aanpak worden opgenomen. Hierin moet ook vermeld staan wie er verantwoordelijk is voor de maatregelen en vanaf wanneer de maatregelen gelden. Een RI&E biedt echter niet altijd voldoende houvast om te bepalen of er wel of geen risico is. In internationale normen voor werkhoudingen (NEN-EN 1005-4 en de NEN-ISO 11226) staan richtlijnen voor de maximale duur van verschillende werkhoudingen. Deze normen zijn echter niet vrij beschikbaar en niet voor iedereen even toegankelijk. Daarom heeft TNO het Werkhoudingeninstrument (WHI) ontwikkeld.

Inzicht in de risico’s met WHI en BAS

Het Werk Houdingen Instrument (WHI) is bedoeld voor de preventiemedewerker of arboprofessional (of in kleine bedrijven de manager) en wordt ook door de Inspectie SZW gehanteerd. De methode is eenvoudig in gebruik. De beoordeling gebeurt op groepsniveau voor een specifieke taak of functie. Aan de hand van foto’s (zie voorbeelden) geeft de gebruiker aan welke ongunstige houdingen voorkomen, en hoe lang of hoe vaak deze voorkomen.

Voor het resultaat maakt het WHI gebruik van een stoplichtmodel, waarmee duidelijk wordt welke houdingen een risico met zich meebrengen en welke niet.

Voor het werken met beeldschermen is er de checklist Beter Achter je Schermen (BAS), waarmee de werknemer op individueel niveau kan nagaan of deze zijn of haar beeldbeeldschermwerk op een gezonde manier uitvoert. Ook BAS resulteert in een overzicht van aanwezige risico’s en verbeterpunten voor de persoonlijke situatie. De checklist BAS kijkt naast werkplek en werkhoudingen ook naar gebruikte apparatuur en werkdruk.

Werkhoudingen verbeteren

Als er sprake is van een risico dan moet de werkgever maatregelen nemen om het risico te verminderen. De Arbowet schrijft daarbij als eerste de bronaanpak voor, oftewel het wegnemen van de oorzaak van het probleem. Wanneer aanpak bij de bron niet mogelijk is, kunnen technische maatregelen worden genomen of kan het werk anders worden georganiseerd. Daarnaast is het van belang maatregelen te nemen gericht op het gedrag van de werknemer.

In het algemeen is de normale, neutrale, houding (dichtbij de ‘middenstand’) de gezondste houding. In die houding worden spieren en pezen niet teveel aangespannen. Lukt het werken in een neutrale houding niet dan is het risico dat optreedt afhankelijk van hoe lang en hoe vaak deze houdingen voorkomen en van de hersteltijd (pauzes of andere, minder belastende, taken).

  • Voorbeelden van technische maatregelen om de werkhouding te verbeteren zijn het gebruik van heftafels of het aanpassen van de werkhoogte en reikafstanden aan de taak en lengte van medewerkers (ergonomische werkplekinrichting).
  • Organisatorische maatregelen richten zich op afwisseling tussen taken met belastende werkhoudingen en andere minder belastende taken, bijvoorbeeld door het aanpassen van werkschema’s of afwisselen van belastende taken tussen collega’s (taakroulatie).
  • Persoonsgerichte maatregelen: werknemers moeten er zelf op letten dat zij in de juiste houding werken en voldoende afwisselen van houding. Het is daarom belangrijk dat zij voorlichting krijgen over risicohoudingen en adviezen over het vermijden daarvan. Adviezen zijn bijvoorbeeld: ga recht voor het werk zitten of staan zodat de rug niet gedraaid hoeft te worden; ga dicht bij het werk zitten of staan, zodat de armen niet ver hoeven te reiken; vraag om werkplek-aanpassingen zodat werken in een neutrale houding mogelijk is; neem voldoende pauzes en luister naar je lichaam.

Naast deze algemene aanbevelingen, zijn er passende oplossingen per sector te vinden in de arbocatalogi die voor diverse branches zijn opgesteld.